Pensioen

Per 1 januari 2014 versobert de pensioenopbouw als gevolg van wettelijke fiscale maatregelen. Hierdoor bouwen actieve deelnemers vanaf 2014 per jaar minder pensioen op. Het onderhandelaarsakkoord regelt de wijze waarop werknemers gecompenseerd worden voor deze versobering in de pensioenregeling.

Door deze verplichte wettelijke versobering van de pensioenopbouw daalt de (kostendekkende) pensioenpremie. Aangezien 30% van deze premie betaald wordt door werknemers en 70% door de werkgevers, hebben de werkgevers het grootste voordeel van deze premiedaling. In het onderhandelaarsakkoord is geregeld dat het grootste deel van het werkgeversvoordeel niet in de zak van de werkgevers verdwijnt maar wordt besteed ten gunste van de werknemers. Dat gaat als volgt. Het werkgeversvoordeel wordt besteed om de werknemerspremie VPL (Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling) te financieren. Dit houdt concreet in dat vanaf 2014 werknemers geen VPL-premie meer hoeven te betalen, waardoor zij gemiddeld 2% meer aan salaris overhouden. Deze verbetering van het nettoloon komt voort uit de versobering van de pensioenregeling doordat feitelijk medewerkers vanaf 2014 jaarlijks 0,1% minder pensioen kunnen opbouwen. Het is dan ook niet zo dat door deze afspraak over de besteding van het werkgeversvoordeel de nullijn voor ambtenarensalarissen is opgeheven. Dit is slechts een verandering in het bruto-/nettosalaris. Deze loonstijging staat dan ook geheel los van salarisonderhandelingen voor een nieuwe CAO.

Dit is in het kort de kern van de overeenkomst: de totale VPL-premie zoals die nu is komt voor rekening van de werkgevers. Het kan zijn dat de VPL-premie in de toekomst stijgt. De werkgevers willen niet alle toekomstige VPL premieverhogingen volledig betalen. Daarom is in dit akkoord ook afgesproken hoe een toekomstige stijging van de VPL-premie zal worden verdeeld tussen werkgevers en werknemers.

Indien de achterbanraadpleging, die tot 7 oktober plaatsvindt, leidt tot een afwijzing van dit akkoord, gaat de wettelijke versobering van de pensioenopbouw gewoon door. De bijbehorende premie zal dan toch dalen, ook het werkgeversdeel van die premie , maar dan zonder dat er een afspraak is gemaakt over de besteding van dat werkgeversvoordeel. Dat lijkt ons geen goed idee. Bij uitvoering van het huidige akkoord wordt het werkgeversvoordeel grotendeels besteed ten gunste van de werknemers. Om die reden vinden we het verstandig om het pensioenakkoord te accepteren..

Let op: dit gaat alleen over de compensatie van de maatregelen voor pensioenversoberingen die ingaan in 2014. Vanaf 2015 wil het kabinet de pensioenregeling nog verder versoberen door middel van fiscale wetgeving. Hierover moeten nog afspraken gemaakt worden.

Op 25 september 2013 is het hoofdbestuur van Justitievakbond Juvox bijeengeweest met de sectiebestuurders (in het afstemmingsoverleg). Voor wat betreft het voorliggende pensioenonderhandelaarsakkoord heeft er in dit overleg unanieme instemming plaatsgevonden. Een (verdergaande) ledenraadpleging, op welke wijze dan ook, is voor wat betreft dit overleg niet (meer) nodig; een 'ja' lijkt in dit geval de enige reƫle en juiste keuze.

De verhoging van de AOW-leeftijd is in de eerste 3 jaar (2013, 2014 en 2015) beperkt tot 1 maand per jaar.

Vanaf 2016 wordt de leeftijd stapsgewijs verhoogd naar 66 jaar in 2018 en naar 67 jaar in 2021.

Deze ophoging van de AOW-leeftijd betekent tijdelijke overbruggingsproblemen voor mensen die weinig voorbereidingstijd en weinig mogelijkheden hebben om het verlies aan AOW te compenseren. Hiervoor is de tijdelijke overbruggingsuitkering in het leven geroepen voor onder meer mensen met een lopende prepensioenuitkering waarbij het inkomen maximaal 200% van het wettelijk bruto minimumloon bedraagt voor alleenstaanden (en 300% voor paren).

Let op: de regeling is tijdelijk. Einddatum is 1 januari 2019. Dit betekent dat de laatste instroom in deze tijdelijke regeling kan plaatsvinden op 31 december 2018. Vanaf 2019 wordt verwacht dat mensen voldoende voorbereidingstijd hebben gehad om zelf het inkomensverlies op te vangen.

Op 1 januari van dit jaar is de AOW-leeftijd voor de eerste keer verhoogd met 1 maand.

Ter overbrugging voor mensen met een laag inkomen die een vervroegd pensioenuitkering krijgen (VUT/FPU) en zich op deze AOW-leeftijdsverhoging niet op hadden kunnen voorbereiden, wordt een overbruggingsregeling AOW-verhoging ingevoerd.

In de AC Rijksvakbonden Pensioennieuwsbrief van maart 2013 hebben we hier ook aandacht aan besteed. Gezien de inkomenstoets hebben we daar ook gemeld dat naar verwachting ca. 85% van de mensen niets aan deze regeling hebben.

Op het verzoek van bonden aan het kabinet om iets aan deze inkomenstoets te doen, is door het kabinet gereageerd. Zo wordt het bereik van de overbruggingsregeling uitgebreid tot deelnemers met een inkomen tot 200% van het Wettelijk Minimum Loon (alleenstaande) of 300% WML voor echtparen.

Kom je ook met deze uitbreiding niet in aanmerking voor de overbruggingsregeling, dan kan je ervoor kiezen om je Ouderdomspensioen naar voren te schuiven. ABP maakt dit mogelijk. Verder is het goed te weten dat indien je wel aan de inkomenstoets voldoet voor de overbruggingsregeling AOW, de overheid je dan niet zal verplichten om je aanvullend ABP-pensioen naar voren te halen. Het ABP zal alle belanghebbenden hierover apart informeren.